Inductiekookplaat kopen: welke past bij jouw keuken?

K
Koen van Rooij
Energieadviseur & Verduurzamingsexpert
Aardgasvrij Wonen · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stap je over van gas naar inductie? Goede keus! Je keuken verduurzamen begint met kleine stappen, en een inductiekookplaat is er een van.

Het voelt anders dan gas, het gaat sneller, en het is een stuk veiliger. Bovendien past het perfect bij een huis met zonnepanelen of een warmtepomp. Je kookt namelijk op de stroom die je zelf opwekt. Dat voelt goed, nietwaar?

Maar welke kookplaat moet je nu kiezen? De wereld van inductie is groter dan je denkt.

Je hebt simpele exemplaren voor €300, maar ook hypermoderne platen met sensoren en wifi voor meer dan €1500.

In deze gids help ik je op weg. We kijken niet alleen naar wat de plaat doet, maar vooral naar wat íj nodig hebt. Laten we beginnen.

Waarom inductie de logische stap is

Inductie is eigenlijk een elektromagnetisch trucje. De kookplaat zelf wordt niet heet, maar de pan wel.

Door een wisselstroom door een spoel te sturen, ontstaat er een magnetisch veld.

Dat veld verwarmt direct de bodem van je ijzeren of stalen pan. Het is alsof je pan een eigen warmtebron wordt. Je voelt meteen de voordelen.

De keuken blijft koel, want er is geen open vuur of gloeiende elektrische spiralen. Als je de pan optilt, stopt de plaat direct met verwarmen.

Veilig voor je vingers en je kinderen. En schoonmaken? Een veegje erover en je bent klaar. Geen aangekoekte etensresten meer in de hoekjes van een gasbrander. Het grote voordeel voor je energierekening: inductie is super efficiënt.

Bij gas gaat een deel van de warmte verloren naast de pan.

Bij inductie gaat bijna 90% van de energie direct naar je eten. Als je zonnepanelen op je dak hebt liggen, kook je dus bijna gratis. Je verbruikt ongeveer 1800 tot 2500 watt per kookpitten, afhankelijk van de stand. Dat haal je makkelijk op een zonnige dag.

De kern van de keuze: welke plaat past bij jou?

Niet elke inductieplaat is hetzelfde. De basis is een glasplaat met kookzones, maar de verschillen zitten in de slimme snufjes en de indeling.

Hieronder de belangrijkste typen die je in de winkel vindt. Dit is je basisplaat. Je hebt 3 of 4 ronde zones.

1. De klassieke kookplaat

Elke zone heeft een vaste grootte. Je zet je pan erop en drukt op een knop. Simpel en effectief.

Deze platen zijn vaak het goedkoopst. Ze kosten tussen de €300 en €500. Merken als ETNA of Beko hebben goede instapmodellen.

Ze werken prima, maar je moet wel een beetje oppassen dat je pan precies op de zone staat voor een goede werking. Een nadeel van deze platen is dat de zones niet flexibel zijn.

Een grote kookpan voor pasta of soep past soms net niet op een standaard ronde zone.

2. Flexibele kookzones

Je kunt dan niet de volledige kracht gebruiken. Voor de meeste thuiskoks is dit echter geen probleem. Je kookt gewoon wat kleiner of gebruikt twee zones naast elkaar. Dit is waar het leuk wordt.

Bij een flex-zone is de hele breedte van een deel van de plaat één grote kookzone. Je kunt er een lange braadpan op zetten, of drie pannen tegelijk.

De plaat herkent waar je pan staat en verwarmt alleen dat stuk. Dit is ideaal voor grote pannen of woks. Je betaalt hier wel voor: reken op €600 tot €900.

Merken als Samsung en Siemens zijn hier heel sterk in. Ze hebben modellen met een 'Power Boost' functie.

3. Geïntegreerde afzuiging (Combi-koof)

Dit geeft een extra boost aan één zone, waardoor water in minder dan 3 minuten kookt. Handig als je snel moet zijn. De plaat kan soms wat meer vermogen vragen (bijna 7000 watt), dus check of je groepenkast dit aankan.

Vaak is een 3-fasen aansluiting nodig. Dit is de ultieme oplossing voor een strakke keuken.

De afzuigkap zit direct in de kookplaat verwerkt. Je hebt geen afzuigkap meer boven je kookplaat, wat een open gevoel geeft. Lucht en geuren worden direct bij de pan afgezogen.

Dit werkt het best met een recirculatiesysteem (lucht terug de keuken in, gefilterd) of een afvoer naar buiten. Dit is een flinke investering, vaak tussen de €1000 en €2000.

4. Combi-ovens met inductie

Merken als Siemens (iQ700) en Miele zijn hier de marktleiders. Je hebt wel een speciale nis nodig onder de kookplaat voor de motor.

Als je je keuken verbouwt en kiest voor aardgasvrij koken op inductie, is dit een prachtige optie. Je bespaart ruimte en het ziet er super strak uit. Een niche-product, maar wel gaaf. Sommige combi-ovens, zoals de Miele Dialog of bepaalde SMEG modellen, hebben een inductieplaat op de deur.

Je kunt dan koken terwijl je oven aan staat. Dit is voor de echte thuiskoks die alles in één willen. De prijzen liggen hier fors, vaak boven de €3000.

Prijs en wat je krijgt voor je geld

Laten we de prijzen op een rijtje zetten. De markt is breed, en je betaalt voor gebruiksgemak en merknaam.

  1. Budget (€300 - €500): Dit zijn de 3 of 4-pits platen van ETNA, Beko, of Smeg (basismodellen). Ze zijn vabeelduidelijk. Je krijgt geen flex-zones, maar het werkt prima. Let op: ze hebben vaak een standaard stekker (230V). Je kunt ze zo aansluiten op een normaal stopcontact. Ideaal als je niet wilt verbouwen.
  2. Middenklasse (€500 - €900): Hier vind je de echte aanraders. Denk aan Siemens of Samsung. Je krijgt Power Boost, flexibele zones en een mooier design. De bediening is vaak intuïtiever. Je hebt wel een 3-fasen aansluiting nodig (400V), wat in de meeste nieuwe huizen wel zit. Check dit even voor de zekerheid.
  3. Topklasse (€900 - €2000+): Dit zijn de platen met geïntegreerde afzuiging of extreme flex-zones. Merken als Miele, Siemens en Gaggenau. Ze zijn stiller, slimmer en hebben vaak sensoren die de hitte automatisch aanpassen. Ze zijn hun geld waard als je veel kookt en een strakke uitstraling wilt.

Vergeet de installatiekosten niet. Je gasfornuis aanpassen naar inductie kost vaak €150 tot €300 aan aansluitkosten, tenzij je een nieuwe groep in je meterkast nodig hebt. Dat kan oplopen tot €500 extra.

Als je zonnepanelen hebt, is de terugverdientijd sneller. Je bespaart ongeveer €100 tot €150 per jaar op gas (als je die nog hebt) en je gebruikt je eigen stroom.

Praktische tips voor de aankoop

Voordat je de winkel inloopt of online klikt, zijn er een paar dingen om rekening mee te houden. Dit voorkomt teleurstellingen.

Zorg dat je pannen geschikt zijn. Test je huidige pannen met een magneetje. Blijft hij plakken?

Tip 1: Check je meterkast.
Heeft je huis een 1-fase of 3-fasen aansluiting? Een krachtige inductieplaat (vanaf 3000 watt) heeft 3 fasen nodig. Vraag dit na bij je netbeheerder of elektricien. Een 1-fase plaat kun je wel op 3 fasen aansluiten, maar dan met een aanpassing.

Dan is de bodem van ijzer of staal en werkt hij op inductie. Aluminium of koper pannen werken niet tenzij ze een ijzeren bodem hebben. Koken op inductie vereist pannen met een vlakke, magnetische bodem. Een goede set pannen kost tussen de €100 en €300.

Meten is weten. De meeste inductiekookplaten zijn 60 cm breed.

Heb je een kleinere keuken? Er zijn ook 50 cm platen. De nis (de uitsparing in je aanrecht) moet vaak minimaal 49 cm diep zijn.

De afzuigplaten zijn vaak dieper, dus let op de maten. Neem een foto van je huidige gasstel en de nis eronder mee naar de winkel.

Denk aan het geluid. Sommige platen hebben een ventilator die aangaat.

Die kan een zacht zoemend geluid maken. Als je een open keuken hebt, kies dan voor een model met 'stille stand' of een betere isolatie. Merken als Siemens en Miele zijn hier vaak stiller in.

Lees recensies op sites als Kieskeurig of Bol.com om te horen wat gebruikers zeggen. Een laatste tip: let op de garantie.

Een inductieplaat is een technisch hoogstandje. 2 jaar garantie is standaard, sommige merken geven 5 jaar.

Bewaar je bonnetje en de handleiding. Als er iets misgaat, wil je niet voor verrassingen staan.

En tot slot: geniet ervan. Koken op inductie voelt futuristisch, maar het is vooral heel fijn. Smakelijk eten!

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Alternatief voor aardgas verwarmen: overzicht van opties →
K
Over Koen van Rooij

Koen van Rooij is energieadviseur met jarenlange ervaring in woningverduurzaming. Hij schrijft praktisch over isolatie, zonnepanelen, warmtepompen en subsidies — van de eerste stap tot de laatste euro bespaard.